Nieuws & blog

Smaakvolle beurs in De Woonindustrie

De voorjaarsbeurs in De Woonindustrie gaf een fraai en redelijk breed beeld van wat de Nederlandse interieurmarkt te bieden heeft. Een aanwinst is het segment woonaccessoires.

De voorjaarsbeurs in De Woonindustrie kende afgelopen zondag een flitsende start met veel consumenten die een kijkje kwamen nemen. Volgens sommige exposanten was de drukte waarschijnlijk het gevolg van publiciteit via vt wonen, een blad dat blijkbaar veel wordt gelezen. De dagen erna zijn bestemd voor het vakpubliek en dat liet het behoorlijk afweten.
De positieve cijfers over de economie, het consumentenvertrouwen én de klinkende cijfers over de gestegen omzetten bij woonretailers leiden blijkbaar niet tot oplopende bezoekersaantallen. De reden daarvan is niet duidelijk. Het neemt niet weg dat een aantal standhouders al op de eerste 'vakdag' (maandag) aangaf prima te hebben geschreven; direct orderen op de beurs gebeurt dus nog wel.

Woonaccessoires
Dit keer was voor het eerst een stevig segment met woonaccessoires aanwezig, grotendeels als blok overgekomen van de Trademart uit de Jaarbeurs. De stands zagen er prima uit, het aanbod was goed en als geheel is het aanwinst voor De Woonindustrie. Die kan hiermee een aardig beeld geven van wat er in het middensegment op de interieurmarkt voorhanden is.

Ander publiek
Aardig is te zien hoe juist het niet aanwezig  zijn in het 'eigen' segment positief kan uitpakken. Stijn Ketelaar is onder meer agent voor Vita Copenhagen, een verlichtingsmerk uit Denemarken. Hij stond in De Woonindustrie op de afdeling verlichting, maar verhuisde naar de afdeling accessoires. 'Hier komen mensen die niet specifiek verlichting zoeken, maar zien dat ik het wel heb, verpakt in een mooie doos. Dus makkelijk mee te nemen. Het gevolg? Ik krijg meer en ander bezoek en verkoop meer', aldus Ketelaar.

Dat Zit!
Ook Rop Réparon is agent en doet al jaren zaken met Skalma, toevallig ook uit Denemarken. Skalma produceert (voornamelijk) relaxfauteuils. Réparon gaat daarin een stapje verder en introduceert zijn eigen merk Dat Zit!, een lijn relaxfauteuils met verstelbare hoogtes en dieptes en een sta-op functie. Alles made in Holland, zo verzekert Réparon. De naam Dat Zit! Is niet toevallig gekozen; onder dezelfde naam had zijn opa jarenlang een fabriek van zitmeubelen.

Modulaire banken
Wat betreft de mogelijk zichtbare trends zag je in Nieuwegein veel van wat ook in Keulen te zien was. Het betekent onder meer veel (grote) zitcombinaties met modulaire opbouw en de duidelijk opkomst van velours als materiaal voor de stoffering. (Donker)groen, blauw en rood/roze zijn de trendkleuren bij de gestoffeerde meubelen. De eettafels zijn nog steeds van XXL-formaat, maar er zijn ook talloze bijzettafeltjes, veelal met dunne metalen pootjes. Retro stoelen worden moeiteloos gecombineerd met strakke banken.

Ledikant in opkomst
De beddenafdeling, Droomindustrie geheten, heeft wat meer licht gekregen op wens van de standhouders door de ramen niet meert te blinderen. De permanente duisternis paste bij de producten, maar minder bij de mensen die deze moeten verkopen. Boxsprings blijven met afstand het populairst, maar het houten ledikant lijkt nu echt langzaam terug te keren. Met name Hasena (uit Zwitserland) en het Belgische Mintjes (zie foto hierboven) zijn daar voorbeelden van.

Glazen meubelen
Helderr is al een tijdje bezig met upgrading van het assortiment. De samenwerking met externe designers leverde inmiddels zoveel verschillende producten op dat de fabrikant van glazen meubelen het label Joshh & in het leven riep, qua beeld en prijsstelling anders gepositioneerd als de reguliere collectie.

<< Ga terug naar de vorige pagina

Add to Facebook Tweet This