Nieuws & blog

Slaap kindje slaap

Aanbieders van matrassen schermen graag met wetenschappelijke inzichten over hun producten. De positie van je ruggewervels bij een te zachte matras, de relatie tussen zweetgedrag en type schuim, de juiste slaaphouding, de werking van een zevenslags thermisch geharde pocketveer– je kan het zo gek niet bedenken of het is wetenschappelijk onderzocht, zeggen de matrasfabrikanten. Wetenschap wordt ingezet als waarheid en daar valt niets tegenin te brengen.

Een afgeleide hiervan is de techniek. Naast het meten van lichaamsgewicht, lengte, breedte, contouren en andere persoonlijke kenmerken als snel zweten, buik- of rugslaper en man/vrouw zijn er talloze andere variabelen waarmee matrasaanbieders rekening houden om je de juiste matras aan te bevelen/smeren.

Een stapje verder hierin is het gebruik van apps om zelf een en ander te kunnen meten. Je kunt bijvoorbeeld voorkeuren intoetsen of zelf thuis gaan meten. Zo zijn er apparaatjes met sensoren die je op je lichaam aanbrengt of in een soort oplegmatras zitten verwerkt. Die apparaatjes geven aan hoe vaak je draait, hoe warm het was gedurende je slaap en in welke ligging je lag. Al die gegevens leiden tot je ‘persoonlijke slaapprofiel’ je ‘slaap-DNA’ en als het even meezit tot ‘jouw’ slaapbehoefte en dus tot aanbeveling van de ‘voor jou beste matras’.

Al zou bovenstaande allemaal gedaan worden, dan nog zijn er mensen die last hebben van slapeloosheid. Daar kun je wat aan doen en een van die methodes is cognitieve gedragstherapie. Dan spreek je wekelijks af met een therapeut die vragen stelt en samen probeer je te werken aan een situatie waardoor je beter gaat slapen. Zoals zoveel therapieën kun je dit ook virtueel doen en onderzoekster Corine Horsch ontwikkelde een app op basis van de bestaande gedragstherapie CGT-I. Vorige week promoveerde zij aan de TU Delft op onderzoek naar de effecten van app SleepCare op het slaapgedrag.

De voordelen van zo’n app zijn evident. ‘Een virtuele coach is nooit moe, nooit gefrustreerd, vergeet nooit de dingen, en geeft nooit op’, schrijft de onderzoekster in haar proefschrift. Zo wordt de smartphone je steun en toeverlaat. Op het schermpje lezen dat het tijd wordt om naar bed te gaan en ’s morgens een waarschuwing krijgen dat je niet te lang in je nest moet blijven liggen, het blijkt te werken. Door de opdrachten netjes op te volgen kan de ‘slaapefficiëntie’ langzaam worden verhoogd; je gaat gewoon beter slapen.

Los van alle wetenschappelijke bevindingen kreeg de onderzoekster ook persoonlijke inzichten die niet in haar proefschrift staan. Zij verwijst daarbij hoe ouders omgaan met het slaapgedrag van hun kinderen. 'Ze mogen op een gegeven moment niet meer door het huis rennen, krijgen geen snoep, moeten hun tanden poetsen en je gaat een verhaaltje voorlezen. Dan weet het lichaam dat je moet gaan slapen. Wij gaan tv kijken, onze mail checken en zijn niet bezig de dag af te bouwen.’

Misschien is dit de beste aanbeveling die een matrasverkoper kan geven: meneer/mevrouw, ik verkoop u graag een matras, maar om lekker te slapen moet u vooral zorgen voor rust in de omgeving en rust in uw hoofd.
Daar zit niks wetenschappelijks aan. Maar het werkt wel.

Aribert Guiking
 

<< Ga terug naar de vorige pagina

Add to Facebook Tweet This